Op maandagmiddag 28 september zal in Spui25 te Amsterdam het nieuwe nummer van De Nederlandse Boekengids gepresenteerd, met daarin een essay van Maria Vlaar en een bespreking door Sarah de Mul van het boek Wat ik … Verder lezen Over biografie en betrokkenheid: wie schrijft het verhaal van een overleden schrijver?
Bij Uitgeverij Verloren is Een deels hervonden verhaal. De familie Kolff van verwantschap naar verenigingsleven van Dirk H.A. Kolff verschenen. Omstreeks 1490 krijgt een zekere Wouter Woutersz. in Gorkum de naam Colff. Hij moet een kolfbaan … Verder lezen Een deels hervonden verhaal: de familie Kolff van verwantschap naar verenigingsleven
Iedere letterenliefhebber droomt ervan: op een stoffige zolder een doos, koffer of kist openmaken, vergeelde papieren aantreffen die zijn volgeschreven met gedichten of proza, beginnen te lezen en tot de conclusie komen: dit is indrukwekkende literatuur. Hoe bestaat het dat deze teksten nooit in de openbaarheid zijn gekomen?
Marita Keilson-Lauritz (1935), een literatuurhistorica met een Duitse achtergrond die sinds midden jaren zestig in Nederland woont en met wie ik bevriend ben, deed zo’n vondst. Toen ze na de dood van haar man, de joodse psychiater, schrijver en dichter Hans Keilson (1909-2011), zijn papieren aan het ordenen was, trof ze een pakketje Duitse sonnetten aan, 46 stuks, uitgetypt op velletjes dundrukpapier, met als overkoepelend thema ‘liefde en gruwel’, ‘Liebe und Grauen’. Ze dacht eerst dat het vertaalde teksten waren, maar al gauw werd duidelijk dat het ging om de sonnetten waar haar man af en toe naar verwees in zijn Dagboek 1944.
De gedichten waren destijds bestemd voor een geliefde, Hanna Sanders, joods, net als hij, en ook net als hij ondergedoken in Delft. De teksten waren de neerslag van wat er in 1944 was gebeurd tussen twee mensen die hun leven bedreigd zagen. Hanna had het moeilijk in de onderduik en Hans ging naar haar onderduikadres, waar hij een luisterend oor voor haar wilde zijn. Er gebeurde meer: er sprong een vonk over en een grote nieuwe liefde was een feit.
Het oorlogsdagboek was gepubliceerd en het lag in de bedoeling dat ook de sonnetten zouden uitkomen, liefst in een tweetalige Duits-Nederlandse editie. Marita Keilson vroeg mij als vertaler en ik zei ja.......