Vorig jaar stond het jaarlijkse Bronbeek-symposium in het teken van feest, naar aanleiding van het veertigjarig bestaan van de Werkgroep Indisch-Nederlandse Letterkunde. De schriftelijke weerslag van de lezingen kunt u in het septembernummer van ‘Indische Letteren’ lezen.
U bent op 10 oktober van harte welkom deze feestelijke middag bij te wonen. Vanaf 13.00 uur staat koffie/thee en taart voor u klaar. De middag wordt afgesloten met een borrel. Bekijk hier het volledige programma.
Met een paar schrijvers heb ik gedatet, zonder veel succes overigens. En misschien is ‘gedatet‘ behalve een lelijk ook wel een te groot woord. Schrijvers zijn geen geschikt relatiemateriaal, dat is algemeen bekend. Misschien zijn ze van de mensen die zich op de een of andere manier met de wereld van woorden bezighouden het minst geschikt van allemaal.
Dat valt natuurlijk onmogelijk objectief na te gaan. Maar denk even aan de meest succesvolle schrijvers van Nederland. Hoe succesvol is hun liefdesleven? Dat is toch in het beste geval non-existent. Hoogstens hebben ze een partner die het geld voor ze verdient – of uitgeeft. Hun ware, innerlijke rijkdom geven ze aan hun lezers. Aan ons.
En anders zijn het geen echte schrijvers.
Lang geleden zat ik achter de auteur van een boek aan dat ik meer dan mooi had gevonden. Het ging over postmoderne liefde en leegte, als ik het goed begrepen heb. Hoe dan ook had ik het verslonden. Op een dichtersfeestje ontmoette ik hem. En hoewel ik mezelf toen nog, sinds kort, als echte schrijfster zag, wist ik al dat ik dat feit beter voor mezelf kon houden. (O, hoe wij lazen in die tijd, hoe wij lazen!)
Ik wist dat ‘tijd‘ zijn liefste thema was (ja! het mijne ook!) en dat hij hield van literaire clubjes, tijdschriften en post-deconstructivistische jongensbravoure (ik ook!). Dat wist ik, of meende ik te weten, uit dat ene boek van hem – en op dat boek stond zijn foto, zwart-wit, op paginagroot formaat: een jonge god, minder kon ik er niet van maken. Een kruising tussen Rutger Hauer en Christiane F.......