Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over Projectmedewerkers van Anne Vegter: Projectmedewerkers, de nieuwe bundel van Anne Vegter (1958), is een geval van doorzetters gevraagd, … Verder lezen Poëzie van nu 152: ‘Projectmedewerkers’ van Anne Vegter
Het tweede Cahier Jeroen Brouwers is verschenen, een uitgave van de Stichting Jeroen Brouwers met medewerking van Uitgeverij Atlas Contact. In het nieuwe cahier veel aandacht voor de relatie tussen Jeroen Brouwers en Joost Zwagerman (met een … Verder lezen Tweede Cahier Jeroen Brouwers verschenen
Van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heb ik een fellowship toegekend gekregen. Dit maakt het voor mij mogelijk weer een stap te zetten in mijn promotieonderzoek naar het leven en werk van uitgeefster, dichteres en schrijfster Mea Mees-Verwey (1892-1978). Met deze toekenning heb ik me gericht op de relatie tussen Mea Verwey en Johan Huizinga (1872-1945), hoogleraar aan de Universiteit Leiden en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Tijdens het grasduinen in het archief van Verwey, stuitte ik op een brief, één van de vele, aan haar vader waarmee een link werd gelegd met het archief van Huizinga. Dankzij het fellowship kan ik dit verder onderzoeken.
In die brief aan haar vader, dichter en criticus Albert Verwey (1865-1937) vraagt ze hem of hij haar promotor wil worden. Hij is op dat moment hoogleraar Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Leiden, zij is bezig met een promotieonderzoek aan dezelfde universiteit. Het onderwerp van haar promotie betreft de (omstreden) Taal- en Letterkundige Johannes van Vloten (1818-1883), haar grootvader. Aanvankelijk is hoogleraar Johan Huizinga haar begeleider, maar hij zegt gaandeweg het traject zijn medewerking op. Ik werd nieuwsgierig naar de achterliggende reden hiervan. In mijn vooronderzoek naar deze kwestie was ik er achter gekomen dat Huizinga bezwaren had tegen de toekenning van het hoogleraarschap van Albert Verwey: hij was geen liefhebber van de Tachtigers, de dichtersgroep die mede door Albert Verwey was opgericht, en Verwey was niet academisch opgeleid. Daarnaast wilde hij veel liever zijn goede vriend André Jolles als collega hebben. Dit maakt het extra interessant dat Mea Verwey uitgerekend haar vader vraagt als opvolger, mede omdat het onderzoek dus zijn schoonvader betrof.......