Liesje Schreuders (Amsterdam, 1979) studeerde cum laude af in de literatuurwetenschap met een doctoraalscriptie over de representatie van het Italiaanse karakter in het werk van Louis Couperus en Henry James. Ze vervolgde haar studie in Rome. Voorts voltooide ze een master culturele antropologie en sociologie der niet-westerse samenlevingen met een scriptie over de cultuur van de Vijftigers. Ze publiceerde twee romans en verschillende korte verhalen. Ze doceert literatuurgeschiedenis bij verschillende culturele instellingen door het hele land en taalbeheersing in het hoger onderwijs. In 2018 verscheen van haar hand een vertaling van ‘Finisterre’ van Eugenio Montale.
de columns van Liesje Schreuders:
recente columns:
gepubliceerd op 6 januari 2020
Of toch een driehoek

1.

Ze droegen de kleren ze zeiden de dingen om het onwaarschijnlijk te doen lijken, als een leugen waarvan ze hoopten dat het dat was. En de goede mensen van de morgen hadden hun voeten in het gemorrel en hun zwijnenhoofden goed geschoren… en hoe ze hun posities kochten met saccharine en trouw.

Net zat ik me af te vragen, waarom ben ik ook een vrouw en waarom geen seksloos wezen dat boven de aardkorst zweeft in eeuwige gesteldheid, want ik had buikpijn en de decemberstormen woedden… toen M. een cd opzette van Bowie, met daarop ’The Bewley Brothers’. En ik bedacht dat ik weer eens dacht aan die oude vriend die voelde als een emotie die in de muziek verwerkt zat zoals melk in een pudding.

Toen nam ik me voor het voor eens en altijd uit te zoeken. De hoogmoedige gedachte. Hoe het komt dat dit vierkant ontstaat:

EMOTIE               EMOTIE

 

HERINNERING    KUNST

Vanwaar die aandoening?

M. zei, heel terecht, goeie M., dat de herinnering de oorzaak is van de emotie, want muziek wekt herinnering. Waaraan dan, vroeg ik? Van alle soorten kunst is muziek de soort die het meeste sentiment oproept, zei hij. Waarom?

Het is de herinnering, zegt M., die de context geeft. Maar ik zet muziek op en de context is gitaarakkoorden, tweede gitaar, tremolo.’And so the story goes they wore the clothes they said the things.’ Ik denk aan een mens, een sfeer, een situatie, shit. Flarden die de emotie verscheuren. Het is een associatie van momenten, de emotie is maar affectatie.

’Ja,’ zegt M.,’maar je hebt toen die muziek veel geluisterd. Dus het is logisch dat je die muziek nu associeert met personen met wie je toen omging. Je hersens doen dat, ze leggen verbanden, de hele tijd, cross-overs en…’

Maar ik onderbreek hem,’zo simpel is het niet. Ik ging met meer mensen om, toen, ik luisterde naar meer muziek, toen, dus waarom denk ik aan hem, nu, door deze muziek?

(En ik denk dat het niet kan zijn alleen, dat ik ooit meerdere dingen tegelijk deed en voelde – nee ik denk niet, ik redeneer – zodat ik nu die dingen met andere verbind omdat ze toen samengingen met weer andere dingen – dit is een reconstructie – want we doen altijd honderd, honderdduizend dingen tegelijk die we verbinden aan wat we dachten en denken, voelden en voelen, bewaren in ons hart. Ik redeneer, ik beschrijf.)

Ik luister,’And the good men tomorrow had their feet in the wallow and their heads of brawn were nicer shorn and how they bought their position with saccharine and trust.’

’Het is ook de inhoud, het is het verhaal, de nostalgie die we toen al…’

Hij kijkt me aan, nadenkend.

’The silent book we wrote cannot be found today.’

O, and he is gone. De ene persoon aan wie ik dacht is verdwenen.

’Denk je vaak aan hem?’

’Ik kan niet zeggen hoe vaak.’

And so the story goes. Het heroïsche, tevergeefs, puberaal, alreeds de lege straat, opgewonden, afgetobt, najagend, de middelvinger naar het middelmatige, uit de goot zichzelf bespottend, malend, middernachtelijk, huilend om een serenade van ondermijning, een belofte die al vervuld is, het al geweest zijn, de wereld die slaapt terwijl wij onze conclusies uitstelden, uitstelden als een legitieme leugen.

[zuigt sigarettenrook in]

’En zo is het gegaan,’ zegt M.

’Zo gaat het dus, nog steeds.’

2.

Vannacht droomde ik iets marxistisch. Dat komt door het goedkope bier dat we dronken. Het goedkope bier is al twee weken in de bonus. Opeens zijn we in het feodalisme. Dolende ridders, eenzame tovenaars, gesluierde prinsessen.

’Ik wil niet,’ zegt Merlijn, als ik bij zijn hut afstijg. Zijn hut, een hunebed, wankelt aan de horizon.

’Waar is de beloning?’ vraagt Zainab, mijn ridder.

In mijn droom herinner ik me haar werkelijkheid. De waarde van de arbeid komt niet overeen met de marktwaarde van het loon. De marktwaarde is wat de wereld ervoor overheeft en wij kunstenaars, leraren, ziekenverzorgers, alchemisten, wij die te weinig hebben voor wat de wereld geeft (structureel te weinig, in termen van geld en status, zegt Merlijn) – geld en status worden van ons afgenomen. Geroofd! zegt Merlijn. Teleurgesteld en verbitterd struinen we door het woud en wij koesteren onze wrok als een meerwaarde.

’We houden contact,’ zegt Merlijn.

’Te paard en hop-hop,’ groet Zainab.

Hoe houden we dan contact? Hoe houden we ons hoofd omhoog?

Marx’ idealen voorspelden revolutie. De werkelijkheid is een vervreemding. Vrede, vrijheid, zelfhaat, hoon. Op school leerden we dat de vaardigheden die we zouden leren de maatschappij, een maatschappij (dat ben jij niet, schatje en kom eens hier), die ene maatschappij ten goede zouden komen (en de andere te schade, maar dat zeggen we er niet bij). Boekenwijsheid, dat is kennis van vroeger, bedolven onder het stof van eeuwen, bewaakt in bibliotheken door monniken met gelijke kappen – alle zieken zijn leprozen –

’Er zijn geen liefdadigheidsinstellingen meer, waar bisschoppen of emirs de dienst uitmaken; er zijn gemeenteraden, rekeninghouders die torens bouwen als symbolen van symbolen (van symbolen), beeldend kunstenaars die beelden bedelen langs de weg. Kinderkoren produceren waanzin die ze mogen reclameren, uitventen op markten, aan havens, in de hoven… Maar het beste, het allerbeste, houden we voor onszelf.’

’Het beste, dat is de hoop.’

’Hoop is niet te koop.’

Ridder Zainab galoppeert door de regen. Machtige kastelen rijzen boven het schemerige land. De heren managers hebben de facto al in bezit genomen wat ze onder hun jurisdictie wisten te krijgen, al noemen ze het “lenen” en de koning, de grootste aandeelhouder van allen, het gekroonde hoofd der CEO’s, is op reis. Altijd.

Merlijn schraapt het bezinksel uit zijn kookpot en plukt langzaam aan zijn baard.

’Ddsm, c-plus, hdmi, s-kaart, wachtwoord is: welkom123.’

Zijn toverspreuken hebben geen effect op mij. Hoewel… ergens op een maanverlicht kerkhof begint een grafsteen te beven.

Ridder Zainab consulteert Morgana.’Wil je een web voor me bouwen?’

’Kun jij niet beter een huis bezitten?’

Morgana verleidt Zainab met het verhaal van Faust.

Geen veldtocht nu in Thrasymeens gebied,
Waar Mars de Punische versloeg,
Geen zoet vermaak in vrije liefdesdroom,
Aan _t koningshof waar staatsdom wankelt, valt,
En geen verreikende dappere heldenzang…

’Wat vind je ervan?’

De vuist die ze maakt omklemt de dollars waar Zainab om heeft gevraagd.

’Troje brandt!’

’Laat maar,’ zegt Zainab.’Ik ken die verhalen.’