Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over De geboorte van de trooster van Anne van Amstel: Er is vanuit de hemel gesproken, nou ja van … Verder lezen Poëzie van nu 141: ‘De geboorte van de trooster’ van Anne van Amstel
Voor onze maandelijkse MdNL Boekenactie selecteert een uitgever speciaal voor onze leden een bijzondere en aansprekende titel uit het fonds en biedt deze tijdelijk met korting aan. Deze keer koos WBOOKS voor u de Historische atlas … Verder lezen Boekenactie MdNL: Historische atlas van misdaad en straf
‘The literary critic lives, as we all do, in the post-Heisenberg era, knowing that observation of a given phenomenon changes that phenomenon […] Every work of art, then, requires reinterpretation in the contemporary idiom and against the contemporary concerns of each generation’, schrijft de Amerikaanse classicus Charles Segal in een boek uit 1986.
Amerika, 1986. Maakt dat dan nog wat uit dan? Post-Heisenberg betekent dat we geen onderscheid meer kunnen of hoeven maken tussen synchroon en diachroon lezen, tussen historische context en onze eigen context. Ik lees Charles Segal, de classicus en ik ben in Amerika, 1986. Ik leg de vinger op de zere plek - de atoombom die onze koude wereld regeert - en ik denk shit, er is geen vinger, er is geen zere plek - of liever gezegd, de vinger is de zere plek.
Maar in 1986 was ik precies zeven jaar oud en had ik nog niet leren lezen, of nog niet zo goed. Ik had alles nog niet zo goed geleerd, behalve eten, drinken en het gebruik van metaforen. De moeder van alle metaforen is immers de moeder, en ik had mijn moeder verplaatst overal waar zij niet was, in het huis, het raam, het stuk gracht waar ik met mijn vader langsfietste op weg naar school en waar zij sliep, dacht ik, hoog boven het water - in de school, in de kast met boeken, in de winkel, in het fruit, in de bomen, de lucht, in het eten en gegeten worden, wat alle levende wezens doen en ook de niet-levende wezens zoals boeken.
Ik had mijn moeder in een boek gestopt en ik las haar dagelijks - Ronja de roversdochter, Het Achterhuis, Abeltje, Alleen op de wereld, en ik werd door haar gelezen als ik thuiskwam, op haar schoot klom en tegen haar borst in slaap viel.......