Coen van 't Veer (Zierikzee 1968) studeerde Nederlands in Leiden. Hij promoveerde in 2020 op 'De kolonie op drift', een dissertatie over het koloniaal discours in fictie over de reis tussen Nederland en Indië in de periode 1850-1940. Hij publiceert geregeld over koloniale literatuur en is penningmeester en redacteur van Indische Letteren. Samen met Gerard Termorshuizen publiceerde hij in 2019 een biografie van de Indische journalist en persmagnaat D.W. Berretty (1891-1934).
de columns van Coen van ’t Veer:
recente columns:
gepubliceerd op 3 december 2020
‘Ontzusterd’ en na 125 jaar herontdekt: B.A. Barkeys literaire familiegraf op Oud Eik en Duinen

Voor Louis Barkey (1923-2020)

In het laatste nummer van Indische Letteren (2020-4) staat een artikel van Lotte van den Bosch en Rick Honings over de laatste pennenvrucht van P.A. Daum (1850-1898), ‘Ontzusterd’ uit 1897. Daums Indische schets verhaalt over Jacques van Vliet en zijn zus Mientje, die op elkaar verliefd worden. Dat vormt een probleem, want Mientje is in juridische zin Jacques’ zus. Ooit was zij een vondelinge over wie de ongetrouwde Europese Elsje Dupré zich had ontfermd. De weduwnaar Van Vliet had Mientje bij het huwelijk met Elsje erkend als natuurlijk kind. Voordat Jacques en Mientje met elkaar kunnen trouwen, moet Jacques door de rechtbank worden ontzusterd. De rechter beslist in het voordeel van de jonge geliefden. Niets staat een huwelijk nog in de weg. Daarmee kent Daums verhaal, dat veelbelovend begon, een nogal abrupt einde.

In hun bijdrage vergelijken Van den Bosch en Honings het de Indische schets van Daum met de rechtszaak uit 1894 waarop deze was gebaseerd. In het Bataviaasch Nieuwsblad van 12 april 1898 deed de jurist B.V. Houthuysen naar aanleiding van het verschijnen van ‘Ontzusterd’ uit de doeken hoe de rechtszaak in Surabaya destijds was verlopen. Hij putte daartoe uit het verslag van de rechtbankverslag. Daarin stonden niet de namen, maar slechts de initialen van de mensen uit Malang die erbij betrokken waren.

Olf Praamstra opperde om in de Naamlijst der Europesche inwoners van Nederlandsch-Indië te speuren naar de namen van de betrokkenen. Na enig zoekwerk kon na 125 jaar worden onthuld dat achter Jacques en Mientje van Vliet in werkelijkheid de werktuigbouwkundig ingenieur Bernardus Anthonie Barkey junior (1866-1938) en Maria Elisabeth Mentel (1871-1934) uit Malang schuilgingen.

Door naspeuringen in archieven en in de krantenbank van Delpher werd duidelijk hoe Daums verhaal verder had kunnen gaan. Het geluk lachte het jonge Indo-Europese echtpaar aanvankelijk toe. Op 16 februari 1895 trouwde het verliefde stel. Na krap negen maanden werd dochter Marie Anthonie Elisabeth geboren, een jaar later kwam zoon Bernardus Anthonie Marie ter wereld. Zoon Henri Louis completeerde in januari 1898 het drietal kinderen van de Barkeys.

Barkey, die een goedlopende rijtuig- en zadelmakerij in Malang had bestierd, vertrok aan het begin van 1910 als man in bonis met zijn gezin naar Den Haag. Daar sloeg het noodlot toe. Op 10 augustus van dat jaar overleed de dertien jaar oude Bernardus, twee dagen later stierf Marie op veertienjarige leeftijd. Mogelijk leden zij aan tuberculose. Vanaf 1919 zouden de Barkeys geregeld in Zwitserland verblijven, waarschijnlijk omdat ook Henri tbc had. In 1923 bezweek hij in het kuuroord Davos. Henri werd bij zijn broer en zus bijgezet in een graf op Oud Eik en Duinen. Elf jaar later zou zijn moeder hem volgen. In 1938 werd met het overlijden van vader Barkey het gezin herenigd in de dood.

De vraag rees of dit Indische familiegraf er nog zou zijn. Aanvankelijk kwam het teleurstellende bericht van Oud Eik en Duin dat het graf van de Barkeys sinds 1991 niet meer bestond. Enige dagen later berichtte Erasmus Laurentius dat slechts in de computer geregistreerd stond dat de laatste rustplaats van de Barkey was geruimd, maar dat dit in werkelijkheid niet was gebeurd.

Op 4 oktober 2020 stonden Rick Honings en ik aan de tombe van het echtpaar Bernardus Anthonie Barkey en zijn voormalige zus Marie Elisabeth Mentel, en hun drie kinderen. Op de dekplaat van de grafkelder legden we een bos rozen voor de man die in 1894 was ontzusterd en zijn vrouw, de vondelinge die als dochter erkend was door zijn vader, en hun drie te jong gestorven kinderen. Het keldergraf 934 op Oud Eik en Duinen wordt waarschijnlijk nooit meer geruimd, omdat het zal gaan dienen als een Indisch en literair lieu de mémoire: een plaats die herinnert aan de tragische geschiedenis van twee Indo-Europese geliefden, die door P.A. Daum op jonge leeftijd vereeuwigd waren in de Indische schets ‘Ontzusterd’.

Dankzij Louis Barkey hebben we ook foto’s van Bernardus Anthonie Barkey en Marie Elisabeth Mentel. Vanaf de oprichting in 1972 was hij betrokken bij de Stichting Indisch Familie Archief. In zijn eigen stamboom had hij portretfotootjes verwerkt, waardoor B.A. Barkey ook op negentiende-eeuwse foto’s van het KITLV te identificeren viel. De drukproef van het rijk geïllustreerde Barkey-artikel in Indische Letteren heeft Louis volgens zijn zoon Ferry op 8 of 9 oktober ontvangen. Op 10 oktober 2020 overleed Leonardus Johannes Barkey in Den Haag. Hij was geboren op 20 augustus 1923 op Manggar, Billiton. Aan hem is deze column opgedragen.

Rick Honings bij het familiegraf van B.A. Barkey.

Een abonnement op Indische Letteren kunt u via deze link afsluiten.