De Surinaams-Nederlandse schrijfster Astrid Heligonda Roemer is niet meer, zij overleed op 8 januari 2026. Een half jaar eerder vulde het publiek van Poetry International verwachtingsvol de rijen in het Rotterdamse LantarenVenster, zaterdag 14 juni 2025. Astrid Roemer was over uit Suriname en de auteur – al gecanoniseerd met de P.C. Hooftprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren – zorgde altijd wel voor reuring.
Àls ze althans kwam, bijna altijd met de koffers met al haar manuscripten binnen oogbereik op het toneel en de kat in een reismand. En deze keer wàs ze er en ze stelde niet teleur.
Tot verbijstering van de dichter die naast haar zat, Romeo Grot, die zich zijn leven lang sterk heeft gemaakt voor het Sranantongo, vroeg Roemer zich af wat voor zin het heeft in de volkstalen te schrijven. Zijzelf, die toch poëzie, liederen en theater in het Sranantongo had geschreven, verklaarde zich een hartstochtelijk aanbidster van de Nederlandse taal. Op de vraag van de debatleidster wat er in Suriname de komende vijftig jaar moet gebeuren, antwoordde ze dat ze hoopte dat het Nederlands er zou verdwijnen.
Wat ik maar zeggen wil: Astrid Roemer had het tot haar levensinvulling gemaakt om het stof uit het denken te kloppen. Of je nu voor of tegen haar was, vond dat ze te radicaal of te ongrijpbaar was, onverschillig liet ze je nooit.
Haar grote oeuvre weerspiegelt een wereld met enkele constanten: anti-racisme, anti-seksisme, zwarte beleving, mentale dekolonisatie. Het was een werveling van gedachten in een wervelende taal. Zo moest het, volgens Astrid Heligonda Roemer. Dat zij ruste in vrede.