Jos Versteegen is schrijver, dichter en biograaf. Hij debuteerde in 1996 met de bundel 'Voorgoed volmaakt', die werd genomineerd voor de Cees Buddingh' Prijs. Tot nu toe verschenen er in totaal negen bundels van hem. Hij schreef ook o.a. de biografie 'Hans Keilson, telkens een nieuw leven' (2023).
de columns van Jos Versteegen:
recente columns:
gepubliceerd op 22 juli 2026
Hans en Hanna

Iedere letterenliefhebber droomt ervan: op een stoffige zolder een doos, koffer of kist openmaken, vergeelde papieren aantreffen die zijn volgeschreven met gedichten of proza, beginnen te lezen en tot de conclusie komen: dit is indrukwekkende literatuur. Hoe bestaat het dat deze teksten nooit in de openbaarheid zijn gekomen?

Marita Keilson-Lauritz (1935), een literatuurhistorica met een Duitse achtergrond die sinds midden jaren zestig in Nederland woont en met wie ik bevriend ben, deed zo’n vondst. Toen ze na de dood van haar man, de joodse psychiater, schrijver en dichter Hans Keilson (1909-2011), zijn papieren aan het ordenen was, trof ze een pakketje Duitse sonnetten aan, 46 stuks, uitgetypt op velletjes dundrukpapier, met als overkoepelend thema ‘liefde en gruwel’, ‘Liebe und Grauen’. Ze dacht eerst dat het vertaalde teksten waren, maar al gauw werd duidelijk dat het ging om de sonnetten waar haar man af en toe naar verwees in zijn Dagboek 1944.

De gedichten waren destijds bestemd voor een geliefde, Hanna Sanders, joods, net als hij, en ook net als hij ondergedoken in Delft. De teksten waren de neerslag van wat er in 1944 was gebeurd tussen twee mensen die hun leven bedreigd zagen. Hanna had het moeilijk in de onderduik en Hans ging naar haar onderduikadres, waar hij een luisterend oor voor haar wilde zijn. Er gebeurde meer: er sprong een vonk over en een grote nieuwe liefde was een feit.

Het oorlogsdagboek was gepubliceerd en het lag in de bedoeling dat ook de sonnetten zouden uitkomen, liefst in een tweetalige Duits-Nederlandse editie. Marita Keilson vroeg mij als vertaler en ik zei ja.

Het jaar 2015 kwam in het teken te staan van het vertaalwerk. Ik ervoer wat het betekent om je als vertaler te storten op een relatief grote reeks rijmende, metrische gedichten. Zwaar werk dat met je mee liftte in je hoofd, tot bij de bakker en de Albert Heijn, als je naar bed ging en als je opstond. Het herscheppen van de sonnetvorm met z’n technische eisen was het moeilijkste, niet zozeer de inhoud. Stuitte ik soms toch op onbegrijpelijk Duits, dan kon ik bij Marita Keilson terecht voor uitleg. Ze vond het mooi om na de dood van haar man als het ware nog met hem in contact te staan via de sonnetten. En de vriendschap tussen Marita en mij werd hechter. We zaten niet alleen over de sonnetten gebogen, we gingen ook uit eten, naar de film en naar het Concertgebouw. Toen zij opperde dat ik ook maar de biografie van haar man moest schrijven, ging ik daarop in. Dat boek, Hans Keilson, telkens een nieuw leven, verscheen in 2023.

Maar voorlopig zat ik nog vastgeklonken aan de sonnetten. Aan het eind van een van mijn vertaaldagen zat ik eens in de trein. Ik raakte in gesprek met een vrouw die vroeg wat voor werk ik deed. ‘Dit jaar vertaal ik gedichten uit het Duits,’ zei ik, ‘en vandaag heb ik vier regels gedaan.’ De vrouw geloofde me amper, maar het was de waarheid.

In mijn slakkentempo bereikte ik toch de finish: tegen december 2015 was ik klaar en in 2016 verscheen de tweetalige bundel Sonnetten voor Hanna. De presentatie was bij boekhandel Van Rossum in de Beethovenstraat, Amsterdam, vlak bij het adres waar Hans Keilson had gewoond na zijn vlucht naar Nederland in 1936. Destijds kon hij niet vermoeden dat hij enkele jaren later, midden in een wereldoorlog, een jonge vrouw zou ontmoeten, verliefd zou worden en een reeks indringende sonnetten voor haar zou schrijven. Sonnetten die pas veel later door een nieuwe geliefde zouden worden ontdekt.

 

Deze column verschijnt simultaan op de website van Jos Versteegen, www.josversteegen.nl 

Secret Link