gepubliceerd op 16 april 2018
Een literair bankje

Tegenwoordig bestaan er lijsten van tien, vijftig of honderd ‘plekken waar je geweest moet zijn voordat je sterft’. In de meeste lijsten komen grootse locaties als de Grand Canyon (VS), het Parthenon (Athene), het San Marcoplein (Venetië) en de Tafelberg (Zuid-Afrika) voor, maar het verschilt natuurlijk per persoon of dit wel echt interessante plekken zijn. In mijn geval wil ik er ook wel een paar noemen, en dan een paar kleinere plekken, die doorgaans niet op dit soort lijsten staan. Ik heb altijd vrij veel gereisd, privé, maar ook in het kader van historisch onderzoek en in opdracht van vorige werkgevers. Zo kom je nog eens ergens.

Favoriete plaatsen van mij in het buitenland hebben meestal iets te maken hebben met maritieme geschiedenis, literatuur, detectives, muziek en film. Een paar voorbeelden.

Londen, de buitenlandse stad die ik ontelbare malen bezocht heb, heeft voor iemand met mijn hobby’s het grootste aantal bijzondere plekken ter wereld. Al die Londense plekken heb ik ook gefotografeerd. Als groot bewonderaar van de Engelse romantische dichter Percy Shelley en zijn latere vrouw Mary Godwin, auteur van Frankenstein (1818), zijn bezoekjes aan huizen in Skinner Street en Marchmont Street een absolute must. Uit het eerste pand ontsnapte de 16-jarige Mary in juli 1814 ’s nachts om met haar geliefde Percy naar het vasteland af te reizen, en in het tweede woonde het berooid teruggekeerde stel de jaren daarna (1815-1816). Bijna net zo leuk is 36 Forest Hill Road, het geboortehuis van horroracteur Boris Karloff. “We belong dead” is zijn bekendste filmcitaat. De eerste verdieping van het pand 100 Wardour Street in de Londense wijk Soho, waar ooit de La Chasse Club was gevestigd, is op het eerste gezicht lastig te vinden, maar volhouders vinden uiteindelijk toch deze plek waar zanger Jon Anderson (hij werkte er als schoonmaker) en bassist Chris Squire (die iets kwam drinken) in 1968 de legendarische progrock groep Yes oprichtten. En een Londens bezoek is niet compleet zonder even op Mitre Square gestaan te hebben, een plein waarop de beruchte Jack the Ripper op 30 september 1888 zijn vierde slachtoffer Catherine Eddows toetakelde. En natuurlijk moet er ook een dagdeel gespendeerd worden in 221b Baker Street om je even The Great Detective te wanen (Sherlock Holmes Museum).

Even de oceaan over, naar de VS. In Cambridge, MA (bij Boston) bevindt zich op 144 Mt. Auburn Street ’s werelds meest ultieme cd-winkel: Planet Records, voorheen gevestigd op Harvard Square. Er is vrijwel geen bootleg-cd (illegale live-cd) die je hier niet vindt. Ik zal maar niet beginnen met het opsommen van cd-winkels, hoewel Cheapo Records (ook in Boston) en Totem Records (“X-treme music and Occultism”, compleet met enge eigenaar en enge hond) in Wenen hier toch genoemd moeten worden. Terug in Europa zou ik bijna Genève vergeten, waar de monumentale Villa Diodati (met uitzicht op het meer van Genève) staat. Wees gewaarschuwd, het is een hele klim, maar om even te verblijven op de plek waar (daar is ze weer) Mary Shelley in 1816 de roman Frankenstein bedacht, in het bijzijn van Percy en dit keer Lord Byron, tart elke beschrijving.

“He, valt er soms in ons eigen land niets te zien?” hoor ik sommigen al roepen. Meer dan genoeg, ook voor mij: het standbeeld van onze grootste staatsman Johan de Witt bij de Gevangenpoort in Den Haag, het Oost-Indisch Huis in Delft, het graf van auteur Nescio op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam (ik kom er anders nooit), Hotel New York in Rotterdam, alle Leidse locaties uit de film Soldaat van Oranje en natuurlijk het Feyenoord Museum in De Kuip in Rotterdam, waar de eerste door Nederland gewonnen Europacup te bewonderen valt.

Maar de mooiste Nederlandse plek, die bevindt zich in Zeeland. Die heb ik tot het laatst bewaard. Mijn favoriete plek in Zeeland is een bankje in Veere bij de Campveerse Toren. Ongeveer op deze plek moet Japi gezeten hebben, aan de Veerse waterkant. Japi, de hoofdfiguur uit Nescio’s De uitvreter uit 1911, een verhaal bedacht in Veere in juli 1908 toen Nescio (pseudoniem van Jan Hendrik Frederik Grönloh, 1882-1961) Walcheren bezocht. “Twee dagen sjouwden Bavink en Japi in Veere rond en toen jijden en jouwden ze elkaar al. Urenlang zaten ze samen op ’t dak van ’t Hospitaal [De Onze-Lieve-Vrouwekerk] en keken over Walcheren, over de Kreek en ’t Veergat en den ingang van de Oosterschelde en de duinen van Schouwen.” Nescio, mijn favoriete Nederlandse auteur, schreef het allermooiste Nederlands dat ik ken.