gepubliceerd op 12 augustus 2020
Uit het NLM-archief: Krijgt Hildebrand nog zijn film?

Sinds 1983 verschijnt het Nieuw Letterkundig Magazijn, het halfjaarlijkse tijdschrift van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het blad bevat literaire en historische bijdragen van een –meer of minder– licht wetenschappelijk karakter, waarbij de nadruk ligt op de Nederlandse literatuur. Er verschijnt jaarlijks naast één papieren nummer ook een aantal digitale artikelen onder de vlag van het NLM.

De jaargangen 1 t/m 33 zijn al gedigitaliseerd en op de DBNL terug te vinden. Om hier nog eens de aandacht op te vestigen duiken de redacteuren van het NLM om de paar weken in het rijke archief van het tijdschrift om er een bijzonder artikel uit te lichten. Dit keer kiest Alan Moss voor ‘Tweehonderdste geboortejaar Nicolaas Beets (1814-1903): krijgt Hildebrand nog zijn film?’ van George Slieker:

Britse cineasten lijken een onuitputtelijke fascinatie te hebben voor het verfilmen van evergreens: van Colin Firth die in Pride and Prejudice (1995) als de charmante Mr. Darcy het meer in duikt in lange Victoriaanse onderkleding tot de majestueuze krulsnor van Hercule Poirot in Kenneth Branaghs adaptatie van Murder on the Orient Express (2017). Bij het zien van al dat Engels wapengekletter met plooirokken, monocles en tafelzilver is het voor een neerlandicus lastig om geen calimerocomplex te krijgen. Hoewel Michiel de Ruyter en Kenau Hasselaer laatst nog op het doek schitterden, lijkt de Nederlandse literatuur van voor 1900 bepaald geen gulle inspiratiebron voor filmmakers. Max Havelaar, dé negentiende-eeuwse roman die scholieren lezen en vrezen, werd voor de eerste en laatste keer verfilmd in 1976.

In het NLM-artikel ‘Tweehonderdste geboortejaar Nicolaas Beets (1814-1903): krijgt Hildebrand nog zijn film?’, gepubliceerd in 2014, verkent George Slieker het mislukte project om een andere negentiende-eeuwse grootmeester te verfilmen. Slieker schrijft over een bijzondere romanbewerking van de Camera Obscura uit 1939, gesitueerd in de moderne tijd, en de plannen van cineast Matthijs van Heijningen om een verfilming te maken ter gelegenheid van Beets’ tweehonderdste verjaardag in 2014. Van Heiningen had eerder al, met wisselend financieel succes, Eline Vere en Van de koele meren des doods in de bioscoop gekregen, maar meende het lastig om een mooi groots drama te beitelen uit de pittoreske, maar ook wat gezapige wereld van de Camera.

Op de boekenlijst van mijn studie Nederlands prijkten twee versies van de Camera: een tweedelige bibliofiele uitgave van de originele tekst en een ingekorte moderne versie van Ivo de Wijs. Het eerste boek was volgens de vakdocent bedoeld om het ‘origineel te leren appreciëren’, het tweede om te zien wat een moderne editie vermag. Tot teleurstelling van de docent gaf de meerderheid de voorkeur aan de uitgave van De Wijs, niet zozeer om de leesbaarheid van de editie, maar uit wrevel met de hoge kosten van de luxe hardcoverversie. Ik vraag me af hoe in dat college de verfilming zou zijn gewaardeerd. Wellicht leidt de volgende grote datum, de tweehonderdjarige verjaardag van de Camera in 2039, wel tot een verfilming. Nog even wachten.

Lees hier ‘Tweehonderdste geboortejaar Nicolaas Beets (1814-1903): krijgt Hildebrand nog zijn film?’ van George Slieker.