
Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over Benader van Klaske Havik:
Wat doen dichters die alleen dichten de hele dag? Onze literatuur telt nogal wat van zulke fulltime poëten, geholpen door de subsidies van het Letterenfonds. Of misschien juist niet geholpen, want het leidt soms tot duffe dichtkunst. Vaak zijn de dichters met een echt beroep interessanter dan de dichters met zo’n zogezegde roeping. Dichters als Klaske Havik (1975), volgens de website van de TU Delft ‘Professor Methods of Analysis and Imagination at the Faculty of Architecture and the Built Environment’. Deze kreten verschijnen, tot mijn ergernis, als je op de site om de Nederlandse versie vraagt. Architect dus, in de dagelijkse praktijk maar ook in de poëzie uit Benader die daardoor een onalledaagse indruk maakt.
Ze kijkt anders naar de dingen dan u en ik. Poëzie in het teken ‘van beton en hout en staal’, zoals ze het zelf noemt, met de woorden daar ergens tussenin. Herkenbaar genoeg, de achtergrond is vaak de stad Den Haag, de Grote Marktstraat bijvoorbeeld, maar dan ‘in oranje vuur’ vanwege ‘de lage herfstzon’, of Duindorp, ‘de straten spiegels na de regen/ de duinen ruig en ruw na storm’. Er zijn veel meer duinen, vermoedelijk ook in de omstreken van Den Haag. In het gedicht ‘Februari’ neemt ze een kijkje en ziet dan wat nog niet te zien is: ‘maar straks, maar straks, in maart/ komen de bouwers, zetten lijnen uit in zand,/ trekken de houten spanten op, leggen de daken’. De blik van de architect, maar ook de leek begrijpt: het seizoen van de strandtenten breekt weer aan.
Benader is na bundels in het Engels en in het Ests de eerste Nederlandse dichtbundel van Klaske Havik. Een dichtbundel die er wezen mag, vanwege verrassende formuleringen als ‘te nat voor potigen als wij’ (in een sonnet over het nest van een kraanvogel) of een mooi gedicht als ‘Havik’, een spel met haar achternaam en de roofvogel: ‘vliegen wil ik, vliegen vrij/ van alles wat mij bindt/ en alles wat ik zag voorbij’. Nooit gedacht dat ik ooit zoiets zou zeggen, maar er mag best meer architectuur in de Nederlandse poëzie.
Mario Molegraaf
Benader, Uitgeverij Van Oorschot, paperback, 72 pag., € 20
ISBN: