gepubliceerd op 6 september 2026
Poëzie van nu 160: ‘Schipper mag ik overvaren’ van Eva Gerlach

Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over Schipper mag ik overvaren van Eva Gerlach:

Zo lang ik leef, zijn zij er ook. Mijn moeder, mijn vader. Mijn oma, de sympathieke die zo lekker kon koken. Mijn andere oma, een vreselijke vrouw. Mijn grootvaders, de zachtaardige metselaar en de onpeilbare scheepsbouwer. Het eerste gedicht dat Eva Gerlach (1948) publiceerde, heette ‘Familie’ en was gewijd aan haar stiefvader, ‘je moeders man: een vreemde gast, zijn mond/ gebarsten van het zwijgen’. We zijn een halve eeuw en vele Gerlach-bundels (een ervan heette eenvoudig Dochter) verder, en in Schipper mag ik overvaren schrijft ze intenser over familiebanden dan ooit. Op het omslag een foto van een wrakkige boot, de boot van het kinderliedje uit de titel, maar ook de boot van de veerman richting dood.

Bij Eva Gerlach valt de baar voor de doden samen met het baren van het leven. De cirkel van het bestaan, in het slotgedicht heeft ze het over ‘het wijde land waarin ik met je loop/ zoals mijn kind met haar kind binnenin’. Die ‘je’ is geen nageslacht maar voorgeslacht, haar moeder, onontkoombare schim. De doden, deze dode moeder vooral, blijven het leven beheersen van de dichteres. Die op haar beurt terug kan gaan in de tijd, terug naar haar jeugd, soms met zoete nostalgie, vaak met bittere trauma’s.

Zij is altijd zuinig geweest met biografische en genealogische informatie. Haar echte naam hield ze lang geheim. Maar juist biografie en genealogie zijn de bron van haar poëzie. Een aandachtige lezer kan aan de hand van de gedichten haar levensloop en die van haar naasten volgen. Bijvoorbeeld hoe haar moeder opnieuw kind werd. ‘Hoe heet ik ook weer?’ vroeg zij op een keer. Maar na haar dood wekt ze eerder afschuw  dan medelijden op. De moeder als loeder, Eva Gerlach verzint de fraaiste woorden voor de lelijkste karaktertrekken. Kenmerkend voor haar moeder was, zo schrijft ze, ‘druppelvenijn’. De vrouw roept weer vreselijke dingen in het Indonesisch, ‘Anak Setan! Pergi matiiii!’, ‘Duivelskind! Val dood!’ Familie! Je kunt niet leven zonder en je kunt niet leven met.

Mario Molegraaf

Schipper mag ik overvaren, De Arbeiderspers, paperback, 80 pag., € 19,99
ISBN: 9789029544894

Secret Link