gepubliceerd op 5 mei 2026
Poëzie van nu 151: ‘In mijn dichten is mijn hart’ van Nicolaas Beets

Mario Molegraaf belicht in deze rubriek recent verschenen bundels van Nederlandse en Vlaamse dichters. Deze keer schrijft hij over In mijn dichten is mijn hart van Nicolaas Beets:

Het beste gedicht komt van de slechtste dichter. Dat is het verhaal van ‘De moerbeitoppen ruisten’, rond 1895 geschreven, en Nicolaas Beets (1814-1903). Rick Honings spant zich in de biografie God, gezin en vaderland en in de bloemlezing In mijn dichten is mijn hart in om te laten zien dat Beets meer is dan de Camera Obscura en de moerbeitoppen, maar daarin overtuigt hij mij niet. Dat ene gedicht is en blijft een wonder, een wonder van originaliteit en nederigheid in een oeuvre vol grootspraak en gemeenplaatsen. Poëzie van toen die tegelijk poëzie van nu is.

Wanneer je de poëzie van Beets overziet, zelfs teruggebracht tot deze bloemlezing, lijkt hij een Cats in het kwadraat. Maar in ‘De moerbeitoppen ruisten’ is er inkeer, echt gevoel in plaats van braaf vertoon. Hier spreekt niet een zalvende dominee, maar een man in wie we ons direct herkennen. We hebben allemaal zulke nachten met maalgedachten, of zoals Beets het voor één keer met een minimum aan woorden en een maximum aan zeggingskracht noemt: ‘gedachten, die mij kwelden,/  vervolgden en ontstelden’. Alleen heeft hij, hij wél, een troost, een trooster die vrede laat dalen ‘op ziel en zin’.

Waarom is het gedicht zo onontkoombaar? Het heeft, denk ik, te maken met dat toverwoord, moerbeitoppen. Als je in de Van Dale kijkt, lijkt het of Beets het hoogst persoonlijk heeft verzonnen. Maar hij heeft het gekregen, zoals hij zelf duidelijk maakte met de aanhalingstekens, misschien niet van God zelf, maar toch zo ongeveer, het komt uit de Statenvertaling. Uit 2 Samuël 5:23-24, zoals Rick Honings uitgebreid uitlegt (ook de taak van een goede biograaf): David moet op het bewuste geruis wachten tot hij de Filistijnen kan aanvallen. Mooi is ook de aarzeling: ‘God, ging voorbij,/ Nee, niet voorbij’. En dan dat rijm, toefde, behoefde. De lezer is er bijna bij en snakt naar de stem die zacht alle kwellingen verdrijft uit de nacht. Een gedicht als godsgeschenk.

Mario Molegraaf

In mijn dichten is mijn hart. Bloemlezing uit de poëzie van Nicolaas Beets, Uitgeverij Prometheus, gebonden, 160 pag., € 22,99
ISBN: 9789044661538

Secret Link