
De Moderne Tijd is het wetenschappelijke tijdschrift van de Werkgroep De Moderne Tijd en publiceert artikelen op het terrein van de geschiedenis en cultuur van de Lage Landen in de periode 1780–1940. Deze week verscheen een dubbelnummer (het derde/vierde nummer van de negende jaargang) met als thema Amsterdamse levensverhalen, samengesteld door Babs Boter en Floris Meens. In de inleiding van dit themanummer schrijven zij:
In dit themanummer vragen we ons af hoe het in de lange negentiende en vroege twintigste eeuw voor verschillende individuen en groepen mensen was om in Amsterdam te wonen, werken, studeren en uit te gaan; om door de stad te dwalen, andere mensen te ontmoeten, in- of uitgesloten te worden, zich thuis te voelen of ontheemd. Om antwoorden te vinden zijn we soms te werk gegaan met geijkte bronnen, zoals documenten uit het Bevolkingsregister van Amsterdam, maar andere keren met minder voor de hand liggende bronnen, net als die van Christiaan Andriessen.
De auteurs van het eerste artikel, de vier historici Owen Lammertink, Mayra Murkens, Sanne Muurling en Tim Riswick, creëren dankzij een combinatie van diverse, min of meer ongebruikelijke bronnen een beeld van de ervaringen van Amsterdammers in de vroege negentiende eeuw. Zij laten kwantitatieve sterftegegevens, opgeslagen in doodsoorzakenregisters en het archief van het Bevolkingsregister, in gesprek gaan met kwalitatieve familiegeschiedenissen en individuele levensverhalen. Zo kunnen zij de complexe epidemiologische transitie die zich in het late negentiende-eeuwse Amsterdam voltrok in kaart brengen en duiden, waarbij de zuigelingen- en kindersterftes afnamen en daarnaast een verschuiving plaatsvond in dominante doodsoorzaken.
Historicus Dennis Bos, die het tweede artikel schreef, presenteert een case-study van het wekelijkse roddelblad De Amsterdamsche Lantaarn, dat eind negentiende eeuw werd geïnitieerd en uitgebracht door Manke Bram en andere figuren die zich aan de rafelranden van de stedelijke samenleving bevonden. De artikelen in het roddelblad bieden een nieuw perspectief op de woede en frustratie die sommige Amsterdammers voelden ten aanzien van de politiek, de maatschappij en bepaalde mede-Amsterdammers. In zijn analyse gebruikt Bos ook andere kranten en tijdschriften, in combinatie met documenten uit het Amsterdamse politiearchief, de Burgerlijke Stand, en het archief van de Arrondisementsrechtbank Amsterdam.
Pieter Verstraeten, die het derde artikel voor zijn rekening nam, werkt daarin vooral met autobiografische bronnen. Hij presenteert een contextualisering en close-reading van twee autobiografische romans uit het interbellum, Theo Thijssens Kees de jongen (1923) en Carry van Bruggens Eva (1927). Dit doet hij tegen de achtergrond van de stedelijke ontwikkeling van Amsterdam aan het begin van de twintigste eeuw en de pedagogische ruimte die de hoofdstad bood. Ondanks duidelijke verschillen tussen Thijssens realistische en anekdotische jongensboek en Van Bruggens modernistische bewustzijns- (en ideeën-)roman, tonen beide teksten enerzijds de transformatie van het oude onderwijssysteem tot een belangrijke maatschappelijke instelling; anderzijds leveren de romans een goed beeld op van de persoonlijke vorming van beide hoofdpersonen in de wisselwerking tussen buitenwereld en innerlijke ervaringswereld.
De auteurs van het laatste artikel, Babs Boter en Alexandra Nagel, koppelen een in binnen- en buitenland veelvuldig gelezen en geanalyseerd dagboek, dat Etty Hillesum tussen 1941 en 1943 schreef, aan portretfoto’s van de dagboekschrijfster waarop zij poseert in haar Amsterdamse kamer aan het Museumplein. Een analyse van de visuele bronnen die dateren uit de jaren dertig, in combinatie met dagboekfragmenten maar ook met interviews en brieven, toont dat Hillesum niet alleen bijzonder introspectief was, zoals Hillesum-experts vaak hebben gesteld, maar ook “de buitenwereld binnenhaalde” – via de Russische auteurs die zij intens bewonderde. Hillesums Amsterdamse leven, in toenemende mate ingeperkt tijdens de Duitse bezetting, werd verrijkt door haar persoonlijke onderdompeling in de Russische taal en literatuur.
U kunt dit nummer bestellen (of een abonnement afsluiten) via de website van de Amsterdam University Press.
De Moderne Tijd, 2028, Jaargang 9, nummer 3/4.