
Een dezer dagen ontvangen onze leden de nieuwe editie van Accolade, het tijdschrift van de Maatschappij. Deze Accolade heeft als thema ‘De kracht van het beeld’. Ovidius kon zo beeldend vertellen dat zijn Metamorphosen nog altijd vele schilders, dichters en schrijvers inspireert. Een ander artikel gaat over Johan Huizinga, schrijver van historische meesterwerken én natuurtalent in beeldend tekenen. Ook is er aandacht voor het beeld van de Friezen, zoals voorgesteld in de zeventiende en achttiende eeuw.
Tegenwoordig zijn beelden niet meer uit ons cultuurlandschap weg te denken. Literaire werken worden ‘verstript’, wat geleid heeft tot een populair genre, zelfs binnen de geschiedschrijving. Soms schieten woorden tekort en moet aan het onzegbare op een andere manier uiting worden gegeven. Dat geldt ook voor de Amsterdamse fotografe Maria Austria, die definitief haar naam vestigde met fotoreportages, bijvoorbeeld over het naoorlogse, verwoeste Nijmegen.
Boekillustrator Paul van der Steen werd bekend als journalistiek tekenaar van vooral schrijversportretten. In een interview legt hij uit wat hij hierin wil vastleggen: ‘Voor mij is de combinatie van liefde en lijden essentieel’. De beeldtaal van kunstenaar Rob Scholte verraadt een andere drijfveer: ‘Het gaat mij om de vraag of iemand eigendomsrecht kan hebben op een beeld’.
Buiten het themadossier is er aandacht voor het meest godslasterlijke boek sinds de middeleeuwen: het Traktaat over de drie bedriegers. Nicolaas Beets kennen we als dominee-dichter, maar onbekend is zijn rol als mentor van twee dichteressen. Vermakelijk is het artikel over de Surinaamse, sociaalkritische bewerking van de operette Im weissen Rössl uit 1930. Geestig is ook de titel van het Vlaamse poëzietijdschrift Het Liegend Konijn, samengesteld door gezaghebbend poëziekenner Jozef Deleu. Vele Nederlandse en Vlaamse dichters, of dichters in de dop, zagen hun werk, tot de recente opheffing van het blad, hierin graag opgenomen.
De column waarmee Accolade opent, beschrijft een tocht naar het einde van de wereld, op zoek naar de beelden uit gedichten van Gregor Laschen die op vertaling wachten. Oorlog is in deze Accolade niet ver weg, zo blijkt uit twee andere bijdragen. Het zwarte licht van Harry Mulisch eindigt alsof het einde der tijden is begonnen. De dreiging van een kernoorlog is voelbaar. ‘Het raam klapte dicht’, schrijft Paul Demets in zijn gedicht Fugue.