gepubliceerd op 16 april 2026
Uit het Jaarboek-archief: Ton Coebergh van den Braak (1924-2006)

Sinds 1766 verschijnt het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, een van de langstlopende boekenreeksen van ons land. Al ruim 250 jaar vormt het Jaarboek een waardevolle publicatie, onder andere door de hierin opgenomen uitgebreide Levensberichten van overleden leden.

Bijna alle Jaarboeken, vanaf 1766, zijn gedigitaliseerd en op de DBNL terug te vinden. Om hier nog eens extra de aandacht op te vestigen duiken de redactieleden van het Jaarboek regelmatig in het rijke archief om er een bijzonder artikel uit te lichten. Voor deze nieuwe aflevering kiest Marcel Barnard het Levensbericht van Ton Coebergh van den Braak:

Antonius Marie Coebergh van den Braak (1924-2006)
Een zachtmoedige, enigszins weifelende man op sandalen, zo herinner ik mij hem. Als ik mij bij de rector moest melden (het overkwam me nog wel eens als klierende puber) bleef het bij een bescheiden vermaan. Hij begreep het wel, zo leek en zo voelde het. Zijn lankmoedig bewind congrueerde maar matig met onze harde kritische aksie-eisen. Die brachten we via de schoolkrant over het voetlicht, ludiek verpakt en niet belast met nuances: we hebben het over de late sixties en de seventies. Gezag was vanzelfsprekend wel het laatste wat we serieus konden nemen. Ik kan er achteraf om lachen, hopelijk kon hij dat ook. Kritiek incasseerde hij in ieder geval toen al met een, soms ietwat meewarige, glimlach. Dat het aantal leerlingen op ‘het Stedelijk’ tijdens mijn schooljaren verdubbelde, moet veel belangrijker voor hem zijn geweest. Ach, de rector van het Stedelijk Gymnasium in Leiden — zijn vriendelijke karakter prevaleert in mijn herinneringen.

Dat Ton Coebergh van den Braak ook lid was van de Maatschappij ontdekte ik pas decennia later. Alleen al om zijn positie is dat lidmaatschap natuurlijk volkomen terecht: de rectores van achtereenvolgens de Latijnse School aan de Lokhorststraat en het Stedelijk Gymnasium, eerst aan de Doezastraat, later de Fruinlaan, zijn mensen van statuur in de universiteitsstad. Via het Jaarboek 2005-2006 leer ik de groothartige man achteraf nog op een heel andere manier kennen dan als gymnasiast. Dat hij, net als ik, theoloog was, wist ik. Hij werd priester gewijd en studeerde in opdracht van de bisschop klassieke talen. In Nijmegen uiteraard. Zoals zovelen in die jaren, trad hij uit het ambt en trouwde. Dat hij jarenlang mantelzorger van zijn vrouw was, nadat zij dementie kreeg, wist ik niet. Hij schreef er een boek over, dat ook ‘een somtijds opvallend openhartige autobiografische terugblik op een gelukkig huwelijksleven’ is.

Pas na zijn pensionering liet hij zich kennen als wetenschappelijk onderzoeker en publicist: toen hij lid werd van de Maatschappij was hij 75.

Marcel Barnard

Lees hier het Levensbericht van Antonius Marie Coebergh van den Braak (1924-2006), geschreven door Chris L. Heesakkers.

Secret Link