Van Gerrit Jan Zwier is bij Uitgeverij Atlas Contact de bundel Noordwaarts. Inspirerend reizen door Scandinavië verschenen. Zwier verlangt al een leven lang naar de ruimte en rust van Scandinavië. In deze bundeling, waarin zijn eerdere… lees verder…

Het fellowshipprogramma van de Tiele-Stichting is ontwikkeld om onderzoek op het terrein van boeken en lezen in Nederland en Vlaanderen verder te bevorderen. Jaarlijks worden twee Tiele-fellows financieel en wetenschappelijk ondersteund.  Eén fellow doet onderzoek naar… lees verder…

Rody Chamuleau | 19 juli 2021
Geboren tot verlangen, gelouterd tot geduld…

Frederik Carel Gerretson (1884-1958) groeide op in een streng christelijk milieu, waar zondebesef en een met smart besmet hart niet meer uit het dagelijks bestaan waren weg te denken. Het gevecht met dit geloof en vooral het conflict tussen zintuiglijke hartstocht en deemoed tegenover God zou de latere dichter zijn hele leven parten spelen.

Vader Gerretson, handelsman en politicus, had voor zijn zoon ook een mooie betrekking in de handel in gedachten die daarvoor dan ook werd opgeleid. Allengs bleek echter dat ook een intellectueel beroep voor de zakenman in spe binnen handbereik lag. Hij ging studeren in Utrecht, Londen en Brussel en promoveerde naar eigen zeggen summa cum laude in Heidelberg. In 1925 wordt hij benoemd tot bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van Nederlandsch-Indië, de vergelijkende koloniale geschiedenis en de volkenkunde van Nederlandsch-Indië aan de Universiteit van Utrecht. Hij was ambitieus en stond bekend als een scherpzinnig polemist die bij zijn tegenstanders ook veel irritatie moet hebben gewekt. Sedert 1938 was hij buitengewoon hoogleraar in de constitutionele geschiedenis van het Koninkrijk.

Als fel nationalist met Oranje hoog in het vaandel propageerde hij de Groot-Nederlandse gedachte en zette zich met hart en ziel in voor het behoud van Indië. Daarnaast beschreef hij de historie van de Koninklijke Petroleum Maatschappij, tegenwoordig het niet onomstreden bedrijf Shell. Twee jaar voor zijn emeritaat in 1954 werd hij lid van de Eerste Kamer voor de CHU.......

augustus 2021
dinsdag 3 augustus, Museum Het Valkhof, Kelfkensbos 59, Nijmegen
Met een inleiding door Johan Oosterman en en Ad van Iterson.
dinsdag 3 augustus, Online programma
Met Timothy De Paepe en Giovanni Paolo Di Stefano.
vrijdag 27 augustus, Online programma
Het thema van dit Jaarcongres is 'De culturele dimensie van de Nederlandse expansie overzee'.
september 2021
maandag 13 september, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
zondag 26 september, Aula gemeentelijke begraafplaats Zeister Bosrust, Woudenbergseweg 46, Zeist
Met onthulling gedenksteen en twee boekpresentaties.
oktober 2021
zaterdag 30 oktober, Academiegebouw, Rapenburg 73, Leiden
november 2021
zondag 14 november, Bronbeek-Kumpulan, Velperweg 147, Arnhem
Met o.a. Alfred Birney, Jacqueline Bel en Coen van ’t Veer.
december 2021
vrijdag 3 december, Amsterdam
Jaarcongres met als thema 'Veerkracht! Wegen uit de crisis, 1780-1940'.
Bekijk hier de uitgebreide agenda

Heeft u informatie voor in de agenda? meld het de redactie
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Zacharias Henric Alewijn (1742-1788) stamde uit een vermogende Amsterdamse regentenfamilie. Hij studeerde rechten in Utrecht en vervulde sinds 1768 verschillende ambten in het bestuur en de rechtspraak van zijn geboortestad. Al in zijn studententijd beoefende hij de Nederlandse dichtkunst; later raakt hij ook geïnteresseerd in de oudere taalfasen van het Nederlands. Hij beschikte over voldoende financiële middelen om zeldzame handschriften en oude drukken aan te schaffen. Alewijn was een actief lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, die hij in 1766 mee had helpen oprichten. Hij schreef verschillende taalkundige bijdragen voor de eerste serie Werken van de Maetschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden (1772-1788). De collectie werd in 1788, bij het overlijden van Alewijn, gelegateerd aan de MdNL. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Amsterdam telde in de Middeleeuwen 22 kloosters en tussen deze kloosters was het niet altijd pais en vree. Zo weigerde St. Maria Magdalena veertien Rijnse gulden aan St. Barbara te betalen voor de helft van de loden waterafvoerpijp tussen de twee kloosters. Het stadsbestuur greep in en sprak dreigende woorden. De nonnen schrokken zich dood en betaalden, Zij legden in 1463 ten overstaan van notaris Giisbertus Reyneri een getuigenis over het voorval af, op perkament, voorzien van zijn notarismerk en in het Latijn. De dreigende woorden van het stadsbestuur werden echter letterlijk geciteerd ‘in de volkstaal’. Dit document maakt nu onderdeel uit van de collecties van de MdNL. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Dit portret van een zeer jeugdige André Jolles werd omstreeks 1883 getekend door de kunstenaar Jan Veth, op verzoek van zijn moeder, Jacoba Cornelia Jolles-Singels (die zelf ook door Veth is geportretteerd). Het kunstwerk werd tentoongesteld tijdens de expositie Een zweven over de tuinen van den geest. Leven en werk van Johan Huizinga in 1991/1992. Barbara Wackernagel-Jolles, dochter van André Jolles, schonk in 2013 dit portret aan de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Klik hier voor meer informatie over dit portret (website UB Leiden).
In Van den vos Reynaerde beschrijft de dertiende-eeuwse auteur Willem in gepaard rijmende verzen een klassiek conflict tussen macht en list. De canonisatie van Van den vos Reynaerde is evenwel pas in de loop van de negentiende eeuw ontstaan. Friedrich David Gräter (1768-1830) trof in de bibliotheek van Comburg een middeleeuws handschrift met Vlaamse teksten, waaronder Van den vos Reynaerde. In november 1812 verscheen deze tekst voor het eerst in druk . Het afgebeelde exemplaar maakte al vroeg deel uit de bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Toch heeft de Reynaerteditie van Gräter in Nederland niet veel weerklank gevonden. Klik hier voor meer informatie over dit topstuk (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Nicolaas Beets  (1814-1903) studeerde theologie in Leiden. Hij werkte als predikant in Heemstede en in Utrecht, waar hij in 1875 benoemd werd tot hoogleraar in de kerkgeschiedenis en de christelijke ethiek. Reeds als student was hij actief als literair auteur. Hij publiceerde dichtverhalen als Jose (1834), Kuser (1835) en Guy de Vlaming (1837), maar het meest bekend werd hij met zijn Camera obscura (1839), een bundeling van prozastukken die met humor en in een moderne en levendige stijl zijn geschreven. Het werk kende vele herdrukken en werd regelmatig met nieuwe stukken uitgebreid. Beets’ poëzie, verzameld in vijf delen Dichtwerken (1876-1900), beslaat een periode van ruim zeventig jaar. In zijn gedichten beschreef hij niet alleen zijn eigen zielenroerselen en huiselijk leven maar bezong hij ook de actualiteit in binnen- en buitenland, van het aanleggen van de eerste waterleiding in Utrecht tot de Boerenoorlog in Zuid-Afrika. In 1911 schonk de familie 330 drukken met de werken van Beets en enige manuscripten aan de Bibliotheek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het archief van Beets bleef aanvankelijk in de familie en raakte verspreid over meerdere personen. In 1966 en 1993 werden grote delen verkocht aan de MdNL, later gevolgd door enkele kleinere schenkingen uit de familie. Klik hier voor meer informatie over deze collectie (website UB Leiden, Bijzondere Collecties).
Collectie Nicolaas Beets
Collectie Zacharias Henric Alewijn
Ruzie stadsbestuur Amsterdam en het St. Maria Magdalena-klooster
Portret André Jolles door Jan Veth
Reynaerteditie van Gräter (1812)
Collectie Nicolaas Beets