gepubliceerd op 23 mei 2019
Extaze over dagboeken

Van het literair tijdschrift Extaze is een themanummer verschenen over dagboeken. Het nummer bevat naast verhalen van en gedichten van o.a. Chrétien Breukers, Evelien Flink en Willem van Toorn een aantal essays dat aansluit op het thema Dagboek. Waarom worden dagboeken geschreven en wat kun je er nu precies in lezen? Deze vragen stelt Monica Soeting in haar essay ‘Dagboeken’.

 

In ‘Ik is een ander’ beantwoordt Jaap Goedegebuure de dubbele vraag als volgt: mensen schrijven dagboeken om zichzelf te doorgronden, de maat te nemen, zichzelf vermanend toe te spreken. Of ze vullen het boek met aantekeningen die dienen als geheugensteuntje, die soms worden uitgewerkt tot iets essentieels. Monica Soeting zal het met Goedegebuure eens zijn, maar weet dat dit persoonlijk aspect pas laat in de geschiedenis van het dagboek tot uitdrukking is gekomen.

 

Goedegebuure’s overtuiging dat een gepubliceerd dagboek pas de moeite waard is als het de lezer laat delen in de innerlijke verkenningen van de auteur krijgt bevestiging van het in 1957 uitgegeven dagboek van J. Slauerhoff. In ‘Flarden van een zelfportret’ haalt Hein Aalders de criticus Johan van der Woude aan, die in dat dagboek een dynamische verschijning herkent: scherp en dromerig, rancuneus en idealistisch. Een beschrijving die aansluit bij het beeld dat Aalders van de schrijver schetst.

 

Extaze 30, jaargang 8, nummer 2, 2019.