gepubliceerd op 6 juli 2018
Uit het NLM-archief: Een prijs voor ‘Hölderlins toren’

Sinds 1983 verschijnt het Nieuw Letterkundig Magazijn, het halfjaarlijkse tijdschrift van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Het blad bevat literaire en historische bijdragen van een –meer of minder– licht wetenschappelijk karakter, waarbij de nadruk ligt op de Nederlandse literatuur. Vanaf volgend jaar zal er jaarlijks naast één papieren nummer ook een digitale editie van het NLM verschijnen.

De jaargangen 1 t/m 33 zijn al gedigitaliseerd en op de DBNL terug te vinden. Om hier nog eens de aandacht op te vestigen duiken de redacteuren van het NLM om de paar weken in het rijke archief van het tijdschrift om er een bijzonder artikel uit te lichten. Dit keer kiest Susanne Onel voor ‘De uitreiking van de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs 1982 aan Kester Freriks voor Hölderlins toren’ geschreven door  Willem van Toorn:

 

Voor deze nieuwe rubriek ging ik wat neuzen in de oude jaargangen van het Nieuw Letterkundig Magazijn. Ik begon braaf bij jaargang 1, nummer 1, uit 1983. Daar viel mijn oog op de mededeling, voorzien van een kort verslag van de feestelijke uitreiking, dat Kester Freriks de Lucy B. en C.W. van der Hoogt-prijs had gewonnen in het voorafgaande jaar 1982. Extra opvallend, omdat Kester Freriks nu al enige jaren zelf in de jurerende Commissie voor schone letteren zit. Freriks werd, zo las ik nu, gehonoreerd voor zijn roman Hölderlins toren (1981), een boek dat ik zelf kort na verschijning las, o.a. in verband met een college over de Griekse wijsgeer Empedocles. Wat ik mij herinner, is dat ik het een prachtig, welhaast hallucinerend boek vond. Later zijn in mijn warrige geheugen Empedocles, de waanzinnige in de toren opgesloten dichter Hölderlin – schrijver van Der Tod des Empedokles (1797-1800)  ̶  en de hoofdpersoon Timon Kaspar tot één personage samengesmolten…

 

Een aantal jaren geleden werd ik tijdens de borrel na de jaarvergadering van de Maatschappij  door een oud-voorzitter voorgesteld aan Kester Freriks. Op zijn vraag of ik de schrijver kende, antwoordde ik onmiddellijk: ‘Zeker wel, voor mij dè schrijver van Hölderlins toren!’ Freriks reageerde uiterst verrast en blij: ‘U/Jij bent waarschijnlijk de enige die dat boek nog(?) kent. Het is jáááren geleden dat ik iemand die titel heb horen noemen.’ Ik vertelde hem dat ik toentertijd enorm van zijn boek had genoten, en dat ik het juist daarom niet durfde te herlezen. Dat snapte hij wel, maar toch zou hij graag zien dat ik, en velen met mij, Hölderlins toren nog eens zouden lezen.

 

Doet u dat maar! Het juryverslag met analyse van de roman kunt u vinden in het Jaarboek 1982 van de Maatschappij.

 

Lees hier het bericht van Willem Van Toorn, en lees hier het juryverslag van de Lucy B. en C.W.  van der Hoogt-prijs 1982.