gepubliceerd op 29 april 2018
Dames in Data: Marie du Toit – 1921

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom-Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de eerste dertien talentvolle vrouwen ‘gewoon lid’. Om de paar weken kunt u op deze website een blog verwachten over memorabele momenten in de literaire vrouwengeschiedenis. Vijfentwintig talentvolle vrouwen met een belangwekkende inbreng in de letterkunde, taalkunde of geschiedenis krijgen zo een digitaal monument. Deze keer Annemarié van Niekerk over Marie du Toit:

 

Het eerste feministische boek in het Afrikaans

1921: Marie du Toit publiceert Vrou en feminist

 

Door Annemarié van Niekerk

 

In 1921 verscheen het eerste feministische boek in het Afrikaans. De titel, Vrou en feminist of Iets oor die vrouevraagstuk, wond er geen doekjes om. In rudimentaire vorm behelsde dit baanbrekende werk van Marie du Toit een felle kritiek op de gebruikelijke visies ten aanzien van vrouwen en vrouwelijkheid die destijds in Zuid-Afrika circuleerden.

 

Maria Magdalena du Toit (Paarl 1880-Potchefstroom 1931) was afkomstig uit een geslacht van sterke en dominante mannen, ware steunpilaren van een door en door patriarchale samenleving en voorvechters van een hecht familieverband. Haar vader, S.J. du Toit, speelde een initiërende rol bij de vertaling van de Bijbel in het Afrikaans en liep voorop bij de strijd voor de gelijkberechtiging van het Afrikaans. Haar broer, J.D. du Toit (als dichter bekend geworden als Totius), is de auteur van regels als ‘Trekker met sy roer, sy os, sy wa, sy Boek / wat in die binneland sy dure vryheid soek’. De Afrikaner die door Totius wordt geportretteerd is altijd een man en beweegt zich in een exclusief-mannelijke wereld. Het was diezelfde J.D. du Toit die in 1921 een commissie van de orthodox-calvinistische ‘Gereformeerde Kerk in Suid-Afrika’ voorzat en in die hoedanigheid verantwoordelijk was voor het advies om vrouwen uit te sluiten van het stemrecht, kerkelijk én politiek. De aanbevelingen van deze commissie werden aanvaard door de synode en voorgelegd aan het nationale parlement.

 

Eén vrouw, de ongehuwde onderwijzeres Marie du Toit, verzette zich tegen deze eisen. In  Vrou en feminist, dat voor een deel reageert op het besluit van de gereformeerde synode, stelt ze de conventionele veronderstellingen ten aanzien van de vrouw en haar rol ter discussie. Ze betoogt dat de voor vrouwen geldende restricties strijdig zijn met de natuur en met de evangelische boodschap. Jezus verkondigde immers dat alle mensen recht hadden op vrijheid. Ze keert zich tegen het recht dat mannen zich toe-eigenen door namens vrouwen beslissingen te nemen en hun stem te laten gelden. Om te kunnen begrijpen hoe het voelt om niet vrij te zijn, zouden mannen er goed aan doen om zich in vrouwen in te leven. Ook verwerpt ze het argument dat God de vrouw een vriendelijk en rustig karakter heeft meegegeven teneinde haar geschikt te maken voor haar verzorgende, huiselijke rol. Onder verwijzing naar intellectueel vooraanstaande vrouwen uit het verleden betoogt ze dat de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen er nauwelijks toe doen en dat seksevooroordelen even verachtelijk zijn als vooroordelen ten aanzien van klasse en ras. Ze legt vooral veel nadruk op het belang van een benadering van de genderkwestie vanuit het vrouwelijke perspectief. ‘Die onuitgesproke misverstand of wanverhouding tussen die geslagte laat ons onwillekeurig terugdink aan die emansipasie van die slawe en baie van die redeneringe wat toe gegeld het. Onder die argumente teen hulle vrystelling is dit opvallend dat die beskouinge en verontskuldiginge altyd van die baas se kant gesien is: hoe goed hy die slaaf behandel; hy bevestig hoe tevrede die slaaf is; dat hy die slaaf van die nodige voorsien, ens. Maar […] die vernaamste is tog: hoe voel die slaaf daaromtrent.’

 

‘Talentvolle vroue’

Du Toit waarschuwt ook tegen de gevaren van een subtieler vorm van mannelijke dominantie, waardoor veel vrouwen ertoe worden verleid om ondergeschiktheid en nederigheid te beschouwen als bij uitstek vrouwelijke deugden. ‘Ons geslag [word] nou onderdruk op ‘n heel ander, fyner, sluer manier – soms gaan dit selfs onder die mantel van galanterie.’ Daar voegt ze nog aan toe: ‘Alle oorspronklikheid en verskeidenheid is verdring in ’n doodse alledaagse groef. Wie weet watter talentvolle vroue Afrika al kon gehad hê was dit nie vir die verlammende, dodende idee wat hier heers omtrent wat ’n meisie en vrou moet wees.’ Ze attaqueert degenen die geloven dat de eis tot gelijkberechtiging van de vrouw afkomstig is uit vreemde en kwaadaardige bronnen: ‘Vrouens wat nou ywer vir nog meer vryheid en regte (is nie) “gekweek” onder vreemde invloeden nie, soos hier gesê word deur vroueverguisers, maar dat ons soos alle kreature gebore is met ’n sterk vryheidsgevoel.’

 

Marie du Toit zette zich niet alleen voor vrijheid van leven en handelen, voor stemrecht en maatschappelijke medeverantwoordelijkheid, maar ook voor de economische onafhankelijkheid van de vrouw, voor juridische bescherming binnen en buiten het huwelijk, voor gelijke betaling en gelijke onderwijskansen, en zo meer. Ze beijverde zich ervoor dat vrouwen zelf konden besluiten om wel of niet te trouwen. ‘Is dit nie reeds ’n waarborg vir gelukkiger huwelike nie as ’n meisie, terwyl sy onafhanklik is deur haar werk, kan wag om te trou totdat sy seker is dat sy dit wel wil… nie te trou vir ’n bestaan of deur nood gedrywe nie, wat meestal lei tot ongeluk…’ Pas in 1930, toen vrouwen – en van hen enkel de witte – stemrecht kregen, kwam er van Du Toits desiderata iets terecht.

 

Nagenoeg onbekend

Hoewel Vrou en feminist in de tijd van zijn verschijning hoogst uitzonderlijk was en vijf herdrukken kende, kregen Marie du Toits vader en broer veel meer aandacht van de historici die de geschiedenis van het Afrikanerdom beschreven. Zij bleef nagenoeg onbekend en in latere literatuur over het feminisme kreeg haar boek nauwelijks aandacht. Het gebrek aan belangstelling valt voor een deel toe te schrijven aan het feit dat ze haar tijd ver vooruit was in het bekritiseren van het geïdealiseerde beeld van Afrikaner vrouwelijkheid.

 

Marie du Toit, die we gerust de moeder van het Afrikaner feminisme mogen noemen, overleed op eenenvijftigjarige leeftijd aan de gevolgen van tuberculose. Ze stierf in het huis van haar broer, met wie ze samenwoonde. Dat huis is vandaag een museum, dat niet aan haar, maar aan de dichter Totius is gewijd. De oorspronkelijke inrichting en de bibliotheek zijn behouden gebleven, maar een exemplaar van Vrou en Feminist zal men er tevergeefs zoeken.