gepubliceerd op 28 februari 2018
Dames in Data: Gerda van Woudenberg – 1961

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom-Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de eerste dertien talentvolle vrouwen ‘gewoon lid’. Vanaf 8 maart 2017 (Internationale Vrouwendag) kunt u om de paar weken hieronder een blog verwachten over memorabele momenten in de literaire vrouwengeschiedenis. Vijfentwintig talentvolle vrouwen met een belangwekkende inbreng in de letterkunde, taalkunde of geschiedenis krijgen zo een digitaal monument. Deze keer Caroline de Westenholz over Gerda van Woudenberg: 

 

Poesia olandese contemporanea

1961: Gerda van Woudenberg ontvangt de Martinus Nijhoff Prijs

 

Door Caroline de Westenholz

 

In 1961 ontving de Neerlandica en vertaalster Gerda Helena Sophia van Woudenberg (1911-1995) de Martinus Nijhoff Prijs voor haar Italiaanse vertalingen voor de bundel Poesia olandese contemporanea (1959), een bloemlezing van moderne Nederlandse poëzie. Daarmee bracht zij de Nederlandse taal en cultuur onder de aandacht van een Italiaans publiek. Ook vertaalde zij onder andere J.C. Brandt Corstius’ Geschiedenis van de Nederlandse literatuur (als La Letteratura Olandese, 1969). Van Woudenberg was de tweede vrouwelijke vertaalster die de prijs kreeg.

 

Behalve vertaalster, was Gerda van Woudenberg docente Nederlands aan La Sapienza, Università di Roma. Van Woudenberg heeft veel bijgedragen aan de Couperusstudie. In 1951 nam zij contact op met Elisabeth Couperus-Baud over een voorgenomen proefschrift over de auteur. Elisabeth antwoordde in een verheugde brief die bewaard is gebleven. Daardoor weten wij dat Couperus de beroemde Italiaanse actrice Eleonora Duse kende, ‘de groote actrice, die alle trappen van de Via dei Fossi 16, naar onze kamer in het pension, is op geklauterd om bij ons thee te drinken en samen met mijn man illuzies te schepen over een tempel voor schoonheid aan het Nemi Meer bij Rome waar dan Babel, Psyche en de Naumachie zou worden opgevoerd – Illuzie gebleven.’

 

De dames Garzes

Elisabeth vertelde aan Gerda van Woudenberg ook over de vriendschap met de dames Garzes, in de jaren dat Couperus en zij in Florence woonden. Emma Garzes bezat nog brieven en manuscripten van de auteur. Gerda van Woudenberg heeft de dames Garzes nog net op tijd opgezocht, in Florence, maar helaas heeft zij de genoemde brieven nooit aangekocht, hoewel ze wel de gelegenheid daartoe had. Slechts 39 brieven van Couperus aan Emma Garzes zijn bewaard gebleven. Deze werden uiteindelijk gekocht door de Leidse studentenpastor en Couperusverzamelaar Jan Eekhof. Nu bevinden zij zich in de collectie van het Literatuurmuseum.

 

In 1952 publiceerde Gerda van Woudenberg een artikel over Couperus’ verhaal ‘De binocle’ uit de eerste bundel Proza (1923). Zij vergeleek het – binnenkort verfilmde verhaal – met ‘Der Sandmann’ van E.T.A. Hoffman (1816). Van Woudenbergs laatste artikel over Louis Couperus verscheen in 1988. Het was een verhandeling over de Amerikaanse vertalingen van het werk van de auteur. Het is jammer dat Van Woudenbergs proefschrift nooit voltooid is.

 

Couperusherdenking

In oktober 1974 werd het zeventigjarig bestaan van het Nederlands Instituut Rome gevierd met een Couperusherdenking. Couperus was een van de eerste en trouwste gasten van het Instituut. Frédéric Bastet hield bij die gelegenheid een feestrede over Couperus en de klassieke oudheid, Mario Praz sprak over Rome in de tijd van Couperus. In de tuin van het instituut aan de Via Omero werd een borstbeeld van de schrijver onthuld, het eerste van een Nederlandse schrijver in het buitenland. Jeannette Koch organiseerde haar eerste Couperuswandeling door Rome. Het resulterende gidsje, Met Couperus in Rome, verscheen in 1993. Gerda van Woudenberg schreef de inleiding voor een boekje met vertalingen uit het werk van de grote schrijver onder de titel Invito alla lettura (Uitnodiging tot lezen). Het bevat fragmenten uit De boeken der kleine zielen, Van en over mijzelf en anderen en De komedianten, alsmede een lijstje met Italiaanse, Engelse en Duitse vertalingen van Couperus’ werk.

 

God en goden

Ter gelegenheid van de uitreiking van de Littéraire Witte Prijs aan Frédéric Bastet, in 1981, schonk Gerda van Woudenberg hem een exemplaar van God en goden in de zogenaamde ‘klompenband’ uit 1916, vergezeld van een gedichtje van haar hand dat deze band en de reactie van de meester erop aardig beschrijft:

 

‘Voor Frédéric Bastet, 14 oktober 1981.

 

Louis Couperus, niet altijd tevrêen

– En soms ook wel met rêen –

Over de “jasjes” waarmee Amice VEEN

Zijn talrijke scheppingen omhult,

Verliest daarover herhaald’lijk zijn geduld.

‘t Bontst maakt het Johan Braakensiek,

De tekenaar – misschien wel onbewust komiek –

Van een taf’reel, o.a. van boertjes met klompen aan,

Voor GOD EN GODEN, als grootse fantasieën te verstaan.

Uiterlijk en innerlijk,

Zo ongelijk van kwaliteit,

Maken dit boek hopelijk tot een welkome rariteit.’

 

Of het geschenk Bastet zo welkom was, daarover laat de geschiedenis zich niet uit. Het boek bevindt zich nu in elk geval in de collectie Eekhof van de Koninklijke Bibliotheek.

 

Royaal legaat

Met een legaat van Van Woudenberg werd in 2013 door het Koninklijk Nederlands Instituut Rome de Gerda van Woudenberg Dissertatieprijs ingesteld. Deze prijs is bedoeld voor een uitzonderlijke of opmerkelijke dissertatie op het gebied van de Italiëstudies, en bestaat uit een geldbedrag van €2500 en een vliegticket naar Rome. Hij wordt uitgereikt door de Stichting Vrienden van het Koninklijk Nederlands Instituut Rome. De laatste laureaat die deze prijs in ontvangst mocht nemen was de archeologe Eva Mol (in 2016).

 

Verder lezen

Een volledige bibliografie van Gerda Woudenberg is te vinden op de dbnl en op Wikipedia. De Martinus Nijhoff Prijs is een onderscheiding van het Cultuurfonds. De brief van Elisabeth Couperus-Baud aan Gerda van Woudenberg (16 oktober 1951) bevindt zich in de collectie van het Literatuurmuseum. H.T.M. van Vliet bezorgde de correspondentie van Elisabeth Couperus-Baud in Dienstbaar tot het einde. Brieven van en aan Elisabeth Couperus-Baud 1923-1958. In 1987 publiceerde Frédéric Bastet zijn goed ontvangen Couperus-biografie en in 2001 een bundel essays: Al die verloren paradijzen… Van en over Louis Couperus, genoemd naar het essay dat Couperus’ briefwisseling met de Italiaanse vriendinnen Garzes omvat.