gepubliceerd op 16 november 2017
Dames in Data: Geertruida Margaretha Ullman – 1904

In mei 2018 herdenkt de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde dat 125 jaar geleden vrouwen werden toegelaten tot de Maatschappij. Al eerder waren er ereleden benoemd, zoals Geertruida Bosboom-Toussaint in 1870, maar in 1893 werden de eerste dertien talentvolle vrouwen ‘gewoon lid’. Om de paar weken kunt u op deze website een blog verwachten over memorabele momenten in de literaire vrouwengeschiedenis. Vijfentwintig talentvolle vrouwen met een belangwekkende inbreng in de letterkunde, taalkunde of geschiedenis krijgen zo een digitaal monument. Deze keer Greetje Bijl  over Geertruida Margaretha Ullman:

 

Een zwangere onderwijzeres

1904: Onderwijzeres Geertruida Margaretha Ullman krijgt ontslag

 

Door Greetje Bijl

 

Veendam, een stadje in Oost-Groningen, haalde in 1904 het landelijke nieuws met het gedwongen ontslag van een onderwijzeres wegens zwangerschap. Onderwijzeres Bieze-Ullman had geweigerd om zelf ontslag te nemen, terwijl het gemeentebestuur dit expliciet aan haar had gevraagd. Deze Groningse ontslagzaak zwengelde de discussie aan over de positie van gehuwde en zwangere onderwijzeressen in de school.

 

In de negentiende eeuw was de lagere school met co-educatie, in tegenstelling tot de hedendaagse basisschool, nog een echt ‘mannenbolwerk’. Vrouwen waren na 1878 ingezet om het onderwijzerstekort aan te vullen. Onderwijzeressen waren een nieuwe verschijning in de gemengde lagere school en zij moesten hun positie als nieuwkomers nog vestigen. Vóór de ontslagzaak in 1904 werd er in het officiële verslag van de Commissie van Onderwijs in Groningen met geen woord gesproken over gehuwde en zwangere onderwijzeressen. Toch verdedigde het gemeentebestuur van Veendam het besluit tot ontslag met een verwijzing naar ‘de vroeger heersende gewoonte’ dat een onderwijzeres bij het aangaan van een huwelijk zelf ontslag nam. De vraag rijst wie deze onderwijzeres was?

 

Ullman 2

 

Geen wettige grond voor ontslag?

Geertruida Margaretha Ullman (1875-1962) − roepnaam Truitje of Trui − groeide op als enig kind van het hoofd van de school aan de Kleine Laan in Veendam. Na de lagere school ging zij naar de Normaalschool in Veendam waar zij werd opgeleid tot onderwijzeres. Zij haalde in april 1893 de acte van  bekwaamheid voor onderwijzeres en kwam in 1894 te werken aan de school aan het Beneden Oosterdiep in Veendam. In augustus 1899 haalde ze bij het examen in Den Haag de acte van bekwaamheid voor lager onderwijs in de Franse taal.

 

In 1903 trouwde Geertruida Ullman met collega-onderwijzer Willem Bieze. Toen zij in het voorjaar van 1904 zwanger bleek te zijn en zich een aantal keer ziek moest melden, vroeg ze per 1 mei verlof aan. Ze verklaarde bereid te zijn om in de weken na de bevalling op eigen kosten een plaatsvervangster te laten werken. Het college van B&W en de schoolopziener keurden het verlof goed omdat “eene vrouw, zwanger zijnde, physiek in de klasse zeer dikwijls veel minder waard zal zijn dan anders”. Maar dat niet alleen: in het belang van het onderwijs én de huishouding van betrokkene stelden B&W aan de gemeenteraad voor om haar per 1 juli 1904 te ontslaan. En zo geschiedde. De gemeenteraad besloot met tien tegen drie stemmen onderwijzeres Bieze-Ullman wegens haar zwangerschap eervol ontslag te verlenen.

 

Geertruida Bieze-Ullman en haar echtgenoot tekenden bij de gemeente bezwaar aan omdat zwangerschap volgens hen geen wettige grond voor ontslag was. Vanuit het hele land kreeg Bieze-Ullman steunbetuigingen: onder meer van het hoofdbestuur van de Bond van Nederlandsche Onderwijzers (BvNO), het Nederlandsch Onderwijzers Genootschap (NOG), het bestuur van de Vrije Vrouwenvereniging in Amsterdam en de Vereeniging ter Behartiging van de Belangen der Vrouw in Rotterdam. Zij ontving persoonlijk een brief van de bekende feministe Wilhelmina Drucker. Al deze verenigingen waren van mening dat het moederschap geen reden voor ontslag kon zijn.

 

De Gedeputeerde Staten van Groningen, die het gemeentebesluit moesten goedkeuren, wonnen advies in bij de schoolinspectie van Groningen. De schoolinspectie vond dat de onderwijzeres bij het aangaan van haar huwelijk zelf bij de gemeente had moeten informeren naar de gevolgen voor haar werkbetrekking. De positie van een vrouw veranderde zodra zij trouwde en zij behoorde zelf na te gaan of ze nog geschikt was voor haar werkzaamheden. De schoolinspectie nam het haar kwalijk dat zij ondanks ‘duidelijke wenken’ niet zelf ontslag had aangevraagd. Ook het gemeentebestuur van Veendam verwees naar de vroeger heersende gewoonte dat een onderwijzeres bij het aangaan van een huwelijk zelf ontslag nam.

 

Toch keurden de Gedeputeerde Staten het gemeentebesluit af. Het besluit tot ontslag kwam voort uit de vooronderstelling dat een onderwijzeres die moeder werd veel meer absent zou zijn. Maar volgens Gedeputeerde Staten moest eerst bewezen worden dat het onderwijs leed onder haar moederschap. Ze verklaarden het besluit daarom onwettig.

 

Ullman en onderwijzers

Onderwijzeres-moeder

Ondertussen was onderwijzeres Bieze-Ullman op 26 juli 1904 bevallen van een zoon en kon zij spoedig weer aan het werk gaan. Het gemeentebestuur had met het ontslag een duidelijk signaal afgegeven dat de onderwijzeres niet meer welkom was in de school. De gemeenteraad nam geen genoegen met het besluit van Gedeputeerde Staten en ging in beroep bij de Koningin. Minister Abraham Kuyper van Binnenlandse Zaken stelde de gemeenteraad in het gelijk en gaf in december 1904 in een Koninklijk Besluit zijn goedkeuring aan het ontslag van de onderwijzeres in Veendam. Wettelijke bepalingen ontbraken, maar de minister vond dat deze zaak in het belang van het onderwijs geregeld moest worden. De zorg voor een jong kind kwam op de ‘onderwijzeres-moeder’ te rusten, ook als zij haar kind tijdens haar werktijd toevertrouwde aan een ander. Daarnaast hadden zowel onderwijzers als onderwijzeressen de taak om zich door voortdurende studie verder in het onderwijs te bekwamen. Na schooltijd hadden zij schoolwerk om na te kijken en moesten ze de les voor de volgende dag voorbereiden. De huiselijke zorg voor een gezin met jonge kinderen vormde hiervoor een belemmering die al snel “de onderwijzeres de opgewektheid en de frischheid van geest zal ontnemen”, aldus de minister. Minister Kuyper liet het oordeel van het bevoegd gezag zwaarder wegen dan het belang van de onderwijzeres. Als het gemeentebestuur en de schoolinspectie oordeelden dat het moederschap een nadelige invloed had op het onderwijs dan hoefde dit volgens de minister niet feitelijk worden bewezen.

 

Lange nasleep

De kwestie die onderwijzeres Bieze Ullmann in gang gezet had, zou in de politiek een lange nasleep krijgen. Aanvankelijk bood het Koninklijk Besluit van minister Kuyper een precedent voor andere gemeenten om onderwijzeressen bij zwangerschap te ontslaan. In 1924 kreeg het ontslag van gehuwde onderwijzeressen een wettelijke basis met het Koninklijk Besluit dat bepaalde dat alle vrouwelijke rijksambtenaren onder de 45 jaar bij hun huwelijk automatisch eervol ontslag kregen − voor gemeenteambtenaren werd ontslag slechts aanbevolen. Tussen 1933 en 1957 was ontslag van huwende ambtenaressen bij wet geregeld. In de Wet op het Lager Onderwijs van 1958 werd ontslag van huwende onderwijzeressen verboden.

 

Geertruida Bieze-Ullman werd 87 jaar en heeft tijdens haar leven zowel de invoering als de opheffing van het ontslag voor onderwijzeressen meegemaakt. Na haar ontslag heeft Bieze-Ullman niet meer gewerkt als onderwijzeres. Samen met Willem Bieze kreeg zij drie kinderen. Haar echtgenoot bleef werken aan de school aan het Beneden Oosterdiep. Bieze-Ullman bleef haar verdere leven in Veendam wonen. Op 21 oktober 1962 is zij overleden.

 

Verder lezen

Deze ontslagzaak wordt beschreven in het hoofdstuk over onderwijs in het Verslag van de Gedeputeerde Staten aan de Staten der Provincie Groningen uit 1904. Daarnaast verscheen er in Het schoolblad: wekelijksche courant voor lager, middelbaar en gymnasiaal onderwijs een artikel over het ontslag. In haar proefschrift Loopbaan en levensloop van onderwijzers en onderwijzeressen. Sociale mobiliteit, huwelijk, inkomen, benoemingen en ontslag in het openbaar lager onderwijs in Groningen, ca. 1850-1920 (2014) gaat Greetje Bijl uitgebreid in op het ontslag van deze onderwijzeres en zoekt uit hoe het andere onderwijzeressen verging die trouwden en zwanger werden. Zie ook haar artikel in Historica 2/2016: ‘Ontslag van onderwijzeressen bij huwelijk of zwangerschap. Een Groningse ontslagzaak gevolgd door een landelijke discussie over een arbeidsverbod voor gehuwde onderwijzeressen rond 1900’. Naar aanleiding van dit artikel verscheen een lemma over Geertruida Margaretha Ullman in Digitaal Vrouwenlexicon van Nederland.