Coen van 't Veer (Zierikzee 1968) studeerde Nederlands in Leiden. In 2013 werd hem de 'NWO promotiebeurs voor docenten' toegekend voor het schrijven van 'De kolonie op drift', een dissertatie over het koloniaal discours in fictie over de reis tussen Nederland en Indië in de periode 1850-1940. Hij publiceert geregeld over koloniale literatuur en is penningmeester en redacteur van Indische Letteren. Samen met Gerard Termorshuizen werkt hij aan een biografie over de Indische journalist en persmagnaat D.W. Berretty (1891-1934) en aan een verzameling columns van Herman Salomonson (1892-1942) over het Indisch leven in Den Haag in de jaren dertig van de vorige eeuw.
de columns van Coen van ’t Veer:
recente columns:
gepubliceerd op 1 juni 2018
The Big Five in Indië

De olifant, de neushoorn, de leeuw, de luipaard en de buffel gelden als The Big Five in Zuid-Afrika. Sommige mensen sparen jaren om ze daar te gaan zien. In de psychologie staat The Big Five voor een persoonlijkheidsmodel dat de basis van veel psychologische onderzoeken bij personeelsselectie en studiekeuze. De vijf elementen van dit model zijn Openness, Conscientiousness, Extraversion, Agreeableness en Neuroticism (OCEAN). Op internet zijn diverse zelftests te vinden waarin mensen kunnen uitzoeken hoe ze op deze eigenschappen scoren.

In Nederland kennen we ook een ‘Grote Vijf’. Het zijn de schrijvers Gerard Reve, Hella S. Haasse Willem Frederik Hermans, Harry Mulisch en Jan Wolkers. Op 15 juni staat de relatie tussen Indië en de ‘Grote Vijf’ centraal op de lezingenmiddag van Indische Letteren.

Gerard Reve is een schrijver die door het grote publiek niet direct met Nederlands-Indië in verband wordt gebracht. Toch had hij volgens eigen zeggen een belangrijke relatie met de voormalige kolonie. Olf Praamstra bespreekt op de lezingenmiddag het Indisch verleden van de volksschrijver.

Van Hella S. Haasse is het bekend dat zij een grote affiniteit met Indië had. Zij schreef met grote regelmaat over het land waarin zij was geboren. Boeken als Oeroeg, Heren van de thee en Sleuteloog zijn daarvan de bekendste. Aleid Truijens, door Haasse zelf uitgezocht om de biografie te schrijven van de grande dame van de Nederlandse literatuur, zal spreken over de sterke band die de Bataviase had met haar land van herkomst.

In Ik heb altijd gelijk van Willem Frederik Hermans keert de oorlogsvrijwilliger Lodewijk Stegman terug uit ‘De Gordel van Smaragd’, waar hij heeft gestreden tegen de Indonesiërs die zich los willen maken van Nederland. Onder het  pseudoniem Fjodor Klondyke had hij eerder de Indische roman De demon van ivoor gepubliceerd. In 1971 reisde Hermans met Fons Rademakers naar Indonesië om een filmscenario van De stille kracht te schrijven. Thom Phijffer spreekt over het Indië/Indonesië van Hermans.

Het bekendste korte verhaal van Harry Mulisch is ‘Wat gebeurde er met sergeant Massuro?’ In het verhaal vertelt de luitenant Loonstijn in een brief aan hoe de officier letterlijk versteent. Peter van Zonneveld vertelt op de lezingenmiddag wat had Harry Mulisch met Indië en Indonesië had.

Jan Wolkers publiceerde in de jaren zeventig twee romans die in Indonesië gesitueerd zijn: De walgvogel en De kus. Zijn biograaf Onno Blom diept aan het slot van de middag in Leiden de relatie tussen Indië/Indonesië uit.

Een reis naar Zuid-Afrika of naar de woeste binnenlanden van het zelf is niet nodig om kennis te maken met The Big Five. Een tochtje naar Leiden op vrijdag 15 juni is daartoe voldoende. De lezingenmiddag over ‘De Grote Vijf’ en Indië vindt plaats aan de Universiteit Leiden in zaal 019 van het Lipsius-gebouw aan de Cleveringaplaats 1 van 14:00 tot 17:00 uur. De toegang is gratis.